Nooit Voltooid Verleden

LES 3 – VERZET

Het onderstaande, bekende gedicht van Martin Niemöller kan wellicht als motto voor deze les dienen:

Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;
ik was immers geen communist.
Toen ze de sociaaldemocraten gevangen zetten, heb ik gezwegen;
ik was immers geen sociaaldemocraat.
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen vakbondslid.
Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen Jood.
Toen ze mij kwamen halen
was er niemand meer, die nog protesteren kon.

Mocht bovenstaand gedicht u aanspreken, dan kunt u ook de liedverwerking door Gerard van Maasakkers bij binnenkomst laten horen. Link: https://www.youtube.com/watch?v=r2cIoF_7S2o


Introductie en bedoeling

Deze les vormt de afsluiting van de lessenserie. Mochten de eerste lessen uitlopen, dan kunt u natuurlijk een of meerdere lessen invoegen; zorg er dan wel voor dat deze les 3 de afsluiting vormt.

Jongeren onderzochten de geschiedenis van het concentratiekamp Sobibor en leggen verbanden met hun eigen leefwereld en sociale context.

In les 3 gaat het om de vraag: wat moeten we ermee, wat kunnen we met al deze informatie? Deze vragen zijn ongetwijfeld al openlijk of indirect in de vorige lessen aan de orde geweest. We zoeken in deze les samen naar een antwoord. Eerst gaan we dieper in op het verzet in Sobibor en daarna op de eigen rol als het gaat om verzet  tegen onrecht en zich inzetten voor andere mensen.

Werkwijze
1) Introductie. De docent introduceert het thema van het de les met een anekdote (10 min.) Er is een interview met de leider van de opstand, Alexander Pechersky, waarin hij vertelt dat hij op straffe van 25 zweepslagen een boomstronk in vijf minuten en tweeën moet hakken. Als het lukt krijgt hij sigaretten. Het lukt en hij krijgt van Frenzel, de kampcommandant, de sigaretten aangeboden. Pechersky weigert: “Nee dank u, ik rook niet”. Dan komt Frenzel terug met een brood. “Nee dank u, ik krijg genoeg te eten in het kamp”. Deze actie maakte dat hij aangewezen werd als de leider van de opstand.
Bewegend beeld van het interview op http://getuigenverhalen.nl/interview/interview-02-alexander-sasja-petsjerski. Kijk van 36:32 – 42:56.

2) Klassengesprek over wat verzet is. Waar we het nog tegen komen, wat we er zelf mee kunnen doen in twee stappen:
A) Verzet in Sobibor
• dat Joden niet alleen maar slachtoffers waren in Sobibor.
• dat er andere voorbeelden van verzet in Sobibor zijn. Hierbij kan de tunnel uit les 1 besproken worden.
• dat het totale systeem van discriminatie, uitsluiting, geweld en vernietiging zo geperfectioneerd was, dat verzet heel moeilijk was.
Zie ook de voorbeelden bij ‘Sobibor‘ onder ‘Verzet’.

NB: belicht eventueel andere voorbeelden van Joods verzet, zoals de opstand in het getto van Warschau, de opstand in Treblinka en de deelname van Joden aan het georganiseerd verzet in bijvoorbeeld Amsterdam.

B) IK EN VERZET
Met de klas (of in groepjes) wordt gesproken over de betekenis van verzet. Als mogelijke suggesties daarvoor het volgende:

Verzet
Soms gebeuren er dingen in je leven waar je NEE tegen zegt. Dat noemen we verzet. 
Je maakt dingen mee die je echt niet wilt. Iets waar je helemaal op tegen bent. Onrecht. Je wilt er iets tegen doen. Het moet ophouden! Dan kom je in verzet. Tegen dierenmishandeling, tegen je ouders en begeleiders, tegen dominante mannen in de #MeToo campagne, tegen een docent die denkt dat-ie altijd gelijk heeft, tegen de aardgaswinning in Groningen…

Verzet en inzet

Je kunt in verzet gaan tegen iets als jou onrecht wordt aangedaan. Je kunt ook in verzet gaan door iets voor een ander te doen. Je verzet je dan tegen onrecht en zet je tegelijk in voor de ander. Voor je oma, voor de buurt, voor een cliënt, voor je collega, voor Serious Request, voor dieren.

Ik en onrecht

Wanneer mensen onrecht meemaken of iets wat ze echt niet willen, reageren ze verschillend. Soms worden ze ontzettend boos en timmeren er direct op los. Anderen worden onverschillig: ‘Je kunt er toch niks tegen doen’. Sommige  mensen ontkennen wat er gebeurt, ze doen net of ze niets zien. Het kan zijn dat ze heel bang worden en wegkruipen in een hoekje. Je hebt ook mensen die even ademhalen en nadenken hoe ze tegen dit onrecht in verzet kunnen komen.

3) Test IK EN VERZET
De test in Les 3 >> kan op verschillende manieren worden verwerkt:
• De vragen op een groot scherm. De leerlingen schrijven hun antwoorden op. Later krijgen ze de scores te zien op het scherm of het wordt uitgedeeld. Leerlingen kijken wat hun totaal is en wat dat inhoudt.
• De vragen geprint uitdelen – score op scherm of uitdelen.
• De vragen op tablet lezen en antwoorden opschrijven – score later uitdelen of tonen.

Download Verzetstest.pdf >>

Bespreek de score
• Ben je het eens met het commentaar?
• Waarom wel of niet?
• Vergelijk je score en het commentaar met de leerlingen naast je.

Commentaar
0 – 5 punten:
Jij zegt niet vaak NEE. Het maakt je niet zoveel uit wat er om je heen gebeurt. Je blijft relaxed. Je vindt misschien dat een geintje dat ten koste gaat van anderen, moet kunnen. Vind je de groepsdruk vervelend? Soms is het goed dat je voor jezelf of voor anderen in verzet komt. Je hoopt dat anderen dat ook doen voor jou als het nodig is.
6- 12 punten:
Jij komt soms in verzet, maar je kijkt ook vaak de kat uit de boom. In verzet komen betekent ook conflicten aangaan en risico’s nemen. Misschien voel jij je machteloos en denk je dat er soms niets tegen onrecht te doen is. Bedenk: kwaad wordt erger als goede mensen niets doen. Probeer medestanders te vinden, want samen sta je sterker.
13-18 punten:
Jij kunt makkelijk NEE zeggen als jezelf of anderen onrecht wordt aangedaan. Voor jou is het onbegrijpelijk dat anderen niets doen. Je weet: in verzet komen is niet makkelijk en soms vol risico’s. De reacties kunnen fel zijn. Voor jou hoort het er gewoon bij. Acties die humor hebben en geweldloos zijn, hebben de meeste kans op succes.

Download de Score-Verzetstest.pdf >>

4) Slot: Wat leren we van de geschiedenis?
Overdenking: Mensen (moeten) leren van ervaringen uit het verleden. Het heden is te chaotisch om te begrijpen en de toekomst kennen we niet. We hebben met elkaar gekeken in de zwarte bladzijden van de geschiedenis van de moord op de Joden in Europa. We hebben de feiten onderzocht aan de hand van bodemvondsten. Het heeft ook emoties opgeroepen. Het kan zijn dat je dacht: “Ik moet mezelf daarvoor beschermen, ik laat het niet binnenkomen”. Misschien werd je kwaad op de nazi’s. Misschien voelde je medelijden met de slachtoffers? Misschien vraag je je af: “Hoe konden mensen elkaar dat aandoen?”

Leerlingen schrijven antwoorden op de volgende vragen op en bespreken deze klassikaal of in groepjes:
• Waarom vertellen we deze geschiedenis aan elkaar?
• Kunnen mensen van de geschiedenis leren?
• Waarom denk je van wel? Waarom denk je van niet?
• Waarom onderzoeken we dit op school?
• Waarom denken we na over wat verzet in ons leven betekent?